Duik jij enkel in zoetwater om je duikpak uit te spoelen na een duik in Zeeland? Moet je bij René zijn, die geniet om de hoek van witte lelies, gele plomp, reusachtige meervallen en spannende snoeken. Ga je met me mee? Het vereist in ieder geval een stuk minder lood dan zoutwaterduiken en je hebt geen last van eb en vloed!
Tekst: René Lipmann Foto’s: Janny Bosman
Gefascineerd volg ik met mijn camera de pulserende dans van een zoetwaterkwal. Het samentrekken van het lichaam als een paraplu zorgt voor een gracieuze en efficiënte voortstuwing. Arrggh, ik ben mijn kwal kwijtgeraakt! Ik richt mijn blik naar het wateroppervlak. Gelukkig, ik zie meteen meerdere zilverwitte kwalletjes in het heldere water zweven. Het zijn er eigenlijk bizar veel. Ik waan me in een kwalletjessoep. Mijn eerste zoetwaterkwal zag ik in de Maarsseveense Plassen. Koud terug van mijn eerste buitenlandse duikvakantie naar L‘Estartit in Spanje, zwom ik straal aan het dansende kwalletje voorbij. Ik waande me nog even in de Middellandse Zee waar we iedere duik massaal kwallen tegenkwamen. Pas op de waterkant drong het tot mij door hoe bijzonder de waarneming was!
Gek op zoet
De voorliefde voor duiken in zoet water is zeker niet ontstaan tijdens mijn eerste opleidingsduik in de Sloterplas van Amsterdam. Het mag een wonder heten dat ik op die extreem koude februaridag, in een derdehands natpak, niet direct ben afgehaakt. Ik hou het erop dat deze voorliefde is ontstaan na een avontuur op 7-jarige leeftijd. Met mijn ouders woonde ik op één-hoog-achter in de Amsterdamse Pijp.

In dezelfde straat woonden een oom en tante, eigenaren van een boot op de Vinkeveense Plassen. Daar bracht ik hele zomers door. Deze oom was voorzitter bij de duikvereniging: Onderwater Jagers Club (OJC). Op een goede dag hing hij mij een vijf liter duikfles op de rug en voor ik het wist lag ik langs een legakker in het water. Met een lekkende duikbril op mijn hoofd en vinnen drie maten te groot. Tot op de dag van vandaag herinner ik mij een mystiek gouden licht. Bijna tastbaar! Had ik vissen gezien? Geen flauw idee meer. Wel weet ik nog dat het bijzondere onderwaterlandschap me mateloos boeide. Ik voelde me zo thuis in deze voor mij nieuwe omgeving. Misschien roept deze duik, na zoveel jaren, herinneringen op die niet eens bestaan. Ik was verkocht!
Snoekentuin
Natuurlijk ben ik ook een groot fan van duiken in Zeeland. Wrakduiken op de Noordzee of uitdagende omgevingen zoals grotten. Maar het allerliefst breng ik uren onafgebroken door in zoet water om het perfecte beeld vast te leggen. Soms enkel gewapend met een snorkel en vinnen. Mijn grote held is Willem Kolvoort, hij bracht een groot deel van zijn
leven snorkelend en duikend in zoet water door. Op zijn website www.kolvoortonderwaterfoto.nl schrijft Willem daar het volgende over: «Ons zoet water is nooit erg helder en juist deze hoedanigheid zorgt voor prachtige, sfeervolle onderwaterlandschappen waar heel veel levensvormen in goede harmonie met elkaar samenleven. Zo gauw je onder de waterspiegel verdwijnt, verandert je wereld. Je belandt in soms ondoordringbare wouden van waterplanten waar complete stilte heerst.

De vaak geheimzinnige sfeer lijkt in niets op de hectische wereld erboven. Ik fotografeer niet alleen in diepe zandzuigplassen maar ook in veenplassen, slootjes, beekjes en eigenlijk overal waar het interessant lijkt en het water redelijk helder is. Eén van mijn favoriete duikplekken is mijn eigen vijver. Het is ongelooflijk hoeveel gevarieerd onderwaterleven daar op slechts enkele vierkante meters te zien is. En, ook in de onderwaterfotografie geldt: Ken je plek en je maakt goede foto’s, zelfs in je achtertuin!» De sloot in mijn achtertuin sla ik nog even over, maar wie weet spring ik er op eenkdag wel in.
Mijn tip? Ga een keer mee met een bootduik op de Vinkeveense Plassen en breng een bezoek aan de snoekentuin bij Zandeiland 8. Een prachtig gebied vol fonteinkruiden, zeldzame kranswieren en dichte tapijten groot nimfkruid. Op 6 meter diepte vind je een zandplaat waar snoeken samenkomen. Er liggen ook wat wrakjes, waaronder een dekschuit van 16 meter lang op 12 meter diepte. Duik lekker langs oude veenwanden vol rivierkreeftjes, palingen en snoekbaarzen. Sluit de dag af met een heerlijke BBQ. Ik zeg: niets meer aan doen!
1. Daar bij die molen
Het verkennen van een zoetwaterplas is een totaal andere ervaring dan duiken of snorkelen in de zee. Het onderwaterleven is uniek en meer gericht op rust. Wat voor mij echt een heerlijke fotografieuitdaging vormt is de boven- en onderwaterwereld in een beeld bij elkaar brengen. Dit roept toch Holland op? Helder water dat schuil gaat onder een eindeloos dromerig veld bloeiende witte lelies en een molen op de achtergrond. Je gaat bijna de klassieker ‘Daar bij die molen’ meeneuriën. En zeg nou zelf, dit soort foto’s biedt toch een zee aan leuke uitdagingen?

2. Hallo zeldzame paling!
Betrapt! We maken een duik in het Haarlemmermeerse Bos en ik zie een paling. Nou ja, eigenlijk zie ik enkel twee bolletjes, maar ik weet dat dit de neusgaten van een ingegraven paling zijn. Het schijnt zo te zijn dat deze mythische vissen een wonderbaarlijke reis ondernemen van duizenden kilometers van- en naar de Sargassozee.
Op zijn migratieroute zijn er veel knelpunten, denk aan dijken en sluizen. Het is een delicatesse, maar “je eet toch ook geen broodje panda”? De paling staat namelijk, net als de zachtaardige panda, op de lijst voor bedreigde diersoorten.

3. Kleine boze ninja
Nou ja! Er wandelen rivierkreeften op het fietspad. Het onhandige dronkenmansloopje is grappig: ze lopen achteruit. De knalrode kreeft gaat rechtop staan als ik dichterbij kom. Zo, wat een overdreven strijdlustige houding! Met scharen wijdgespreid is het net een kleine, boze ninja. Mijn plan om ze terug te plaatsen in het slootje laat ik varen.
Inmiddels weet ik dat het ook geen zin heeft. In het najaar gaat de excotische rode rivierkreeft het water uit en aan de wandel, op zoek naar nieuwe wateren. Tijdens nachtduiken kan je twee soorten rivierkreeften tegenkomen, de gevlekte rivierkreeft (zie foto) en de rode rivierkreeft. Overdag verschuilen zij zich tussen stenen en in holen.

4. Vol passie
Ik knijp in mijn remmen. Wat is dat voor enorm gedoe en gespartel langs de waterkant? Natuurlijk! Dat zijn karpers die als een dolle door het riet vliegen. Gewapend met mijn camera ga ik de volgende dag terug.
Dit is doorgaans de periode dat je deze schuwe vis het beste kunt benaderen maar… dan nog valt het niet mee om ze te fotograferen. Geduld én geluk heb je beide nodig. Ik wacht dan ook rustig af in de oeverzone waar ze foerageren. Pats, boem, er zwemmen drie karpers op me af! Wat een zachtmoedige uitstraling hebben ze!

5. Iconische snoek
Zij aan zij zwemmen twee snoeken met me mee. Wat maak ik nu mee in de Spiegelplas? Meestal, vooral als ik met een camera duik, schiet een snoek er met zo’n snelheid vandoor dat ik deze direct uit het oog verlies. Maar dit koppel prachtig gestroomlijnde vissen houdt mijn tempo aan.
Ze zijn super relaxt en werken zo waar mee aan een fotoshoot. Ze gaan naast elkaar op de bodem liggen. Het vrouwtje maakt aanstalten om te gaan zwemmen. Plots slaat het mannetje met zijn staart tegen haar zij en buik! Ik zie haar vervolgens telkens wat eitjes afzetten op de waterplanten in de oeverzone. Gelijktijdig worden de eitjes bevrucht door het mannetje. Hoe gaaf is dit om mee te maken! Niet ver van huis ben ik getuige van iets unieks, dit is wilde natuur gewoon om de hoek.

6. Goed verstopt
Ben ik nou gek aan het worden? Ik heb het gevoel bekeken te worden, maar onder de overhangende boomtakken is het schemerig. Voorzichtig zwem ik verder tussen de wirwar van takken en plots zie ik een oranje oog mij aanstaren. Toch, dit moet een zeelt zijn! Eindelijk! Het was een tip van een visser die mij vertelde dat deze schuwe vis hier voorkomt. Tussen de takken en in het donker is het lastig fotograferen, maar ik neem de tijd en uiteindelijk hij staat erop!

7. Uniek uiterlijk en gedrag
Schokkerig schiet er van onder een stuk hout een klein visje tevoorschijn. Het is een rivierdonderpad. Omdat ze geen zwemblaas hebben, zwemmen ze in schokjes over de bodem, wat er apart uitziet. Wat de vis voor mij fascinerend maakt, is zijn honkvastheid en nachtactieve levenswijze.
Ik duik in het duikgebied van Eiland 4 bij Vinkeveen en volg het dier nu al een paar weken. Het mannetje bewaakt de eieren en voorziet ze van zuurstofrijk water. Ondanks zijn naam is het een vis, maar met een dikke afgeplatte kop en ogen bovenop, wat hem een grappig, pad-achtig uiterlijk geeft.

8. In een hinderlaag
Roerloos ligt de snoekbaars in een kuil. Uit het niets schiet de roofvis te voorschijn en is een passerende prooivis de klos. Het is een is een typische hinderlaagjager. Ik zie ze dan wel, en dan niet in mijn thuisplas Vinkeveen, terwijl ze best veel voorkomen. In hun paaiperiode maakt het mannetje een nest, een zogenaamde burcht. Daar wacht hij geduldig totdat er een vrouwtje op bezoek komt.
Wanneer de snoekbaars nog geen eieren op de burcht heeft, dan kun je hem vrij goed benaderen. Beschermt hij eieren? Pas dan maar op! Hij valt je aan en laat dan ook graag zijn tanden zien. Omdat snoekbaarsmannetjes voor weken, met- of zonder eieren, op hun burcht blijven, kun je ze eenvoudig de volgende keer weer opzoeken. Maar het is natuurlijk wel zo verstandig om het broedseizoen te respecteren.

9. Doldwaze padden
In het voorjaar is het soms even zoeken naar actie onder water. Toch is er voldoende aanleiding om eropuit tegaan. Je hebt eigenlijk al voldoende aan een snorkel; in ondiep water van tal van poeltjes krioelen nu tientallen tot honderden padden. De kunst voor mij als onderwaterfotograaf is natuurlijk een foto van een mannetje die een vrouwtje stevig omhelst. Wanneer de padden volop bezig zijn laten ze zich door niets en niemand meer afleiden. Het is een chaotisch schouwspel.
Mannetjes van de gewone pad zijn soms zo gedreven dat ze per ongeluk ook andere objecten of mannetjes omhelzen. Nou ja… de hitsige mannetjes duiken eigenlijk op alles wat beweegt. De vrouwtjes hebben het onder water niet makkelijk. Vaak zitten ze vastgeklemd in een kluw met meerdere mannetjes, waarbij een hap lucht nemen heel lastig is. Geen wonder dat veel vrouwtjes de paai niet overleven door verdrinking. De dames die het wel overleven, zetten prachtige eierstrengen af die doen denken aan enorm lange kralenkettingen.

10. Wat een enorme kanjer!
Allemachtig wat een beest! Met zijn grote bek en voelsprieten is het uiterlijk van een meerval best ‘angstaanjagend’. In eerste instantie schrik ik me dan ook rot wanneer deze vis nieuwsgierig op me af komt zwemmen. De meerval is de grootste roofvis van ons land. Toch heeft het dier geen grote scherpe tanden zoals de snoek.
We duiken in de Toolenburgerplas in Hoofddorp, dit grote meer heeft een diepte van maar liefst 18 meter waar veel te ontdekken valt. Of het eng is om onder water een meerval tegen te komen, hangt vooral af van je eigen perspectief. Ze hebben trouwens een hekel aan licht dus je kunt ook de pech – of mazzel? – hebben dat ze gelijk wegzwemmen. Het enige wat dan overblijft is een grote stofwolk. We hebben nu het geluk dat de meerval even blijft liggen.




