Openwaterzwemmen: Ode aan het zwemverbod!

Annabel Médard

Er was een tijdje terug een berichtje van René, of ik voor de volgende editie misschien een artikel wilde schrijven over mijn rebelse zwemuitstapjes. ‘Daar waar borden hangen met ‘verboden te…’ maar jij er toch in gaat’, vroeg hij. Juist. Die mallotigheid is inderdaad een van mijn liefhebberijen en op de facebook groep waar ik elke dag verhaaltjes plaats over mijn zwempartijen lijken juist de illegale zwemmetjes veel los te maken, in positieve zin.

Tekst: Annabel Médard Foto’s: Annabel Médard & Roel Wijnants CC-BY-NC

Er is blijkbaar behoefte aan een ‘bad influencer’ op zwemgebied en deze kans om in gedrukte vorm mensen op het slechte pad te brengen laat ik natuurlijk niet aan mij voorbij gaan. Zwemverbodsborden, het is net zoiets als Pokémon; ‘you gotta catch ’em all’. Die borden komen ook in allerlei kleuren en gedaantes: groot en klein, subtiel en bombastisch, maagdelijk en beklad, al dan niet met verduidelijkende pictogrammen over wat je allemaal niet mag doen, soms met een hartverwarmende verwijzing naar artikel zoveel van het BinnenvaartPolitieReglement of andere min of meer relevante vakliteratuur. Over de landsgrenzen zijn er nog veel meer varianten, dit is een eindeloze bron van intens genot.

Atlas der Verboden Wateren

Er is wel een probleempje bij zo een Atlas der Verboden Wateren. Ik zou graag verschillende edities van dit magazine willen vullen met duizelingwekkende voorbeelden van geslaagde anarchozwemmetjes, maar verboden zwemvruchten zijn op hun lekkerst als je zelf op ontdekkingsreis gaat en niet als iemand vertelt waar dat kan. Bovendien is dat misschien niet helemaal wat René bedoelde, er schijnt hier ook over andere zaken geschreven te moeten worden. Maar vooruit, een bescheiden tweetal anekdotes ter inspiratie verder hieronder kan vast geen kwaad.

Annabel Médard

Een uitgebreide disclaimer voordat ik aan dit relaas begin laat ik achterwege. Dat men net als bij alles in het leven enigszins met gezond verstand te werk moet gaan en dus beter niet in een vaargeul of een gemaal kan gaan dobberen spreekt vanzelf, om maar iets te noemen. Er zijn wel wat handige zaken om in overweging te nemen bij wijze van eventuele voorbereiding. Los van het feit dat het altijd een goed idee is om troep uit het water te halen kan dat een práchtig excuus vormen bij een gevalletje heterdaad: “Nee hoor meneer / mevrouw agent, ik ben niet aan het zwemmen, dit is een schoonmaakactie, echt waar, kijkt u maar naar de gevulde afvalzak op de kade naast mijn handdoek.” Nog iets; een cruciaal onderdeel van mijn collectie zwemattributen is mijn zelfontworpen badmuts met een verbodsbord erop: “Nee hoor, ik ben geen zwemster maar een mobiel zwemverbod”. Ik heb het in de praktijk kunnen toepassen, de beveiliger in kwestie moest hard lachen en ging vervolgens overijverig mijn vieze sokken etc. bewaken terwijl ik zwom, zo vertelde hij trots toen ik weer uit het water kwam.

En dan de laatste tip: sommige plekken kun je beter aanvallen als het donker is, de handhavers naar huis zijn en er niemand kijkt, maar soms geeft het plegen van een zwemmisdaad op klaarlichte dag juist extra veel voldoening. De dood of de gladiolen: het wordt dan ofwel een faliekante mislukking of juist een uitzonderlijk glorieuze overwinning. Guerillazwempraktijken kunnen hoe dan ook een enigszins vastgelopen zwemmer hernieuwde moed geven. Ik zwem elke dag, vaak zelfs meerdere keren op een dag, maar ik houd niet van routine. Zonder variatie en maffe zwemplekken tussendoor zou ik er allang niets meer aan vinden. Op een slome dag vol getreuzel over waar ik nou wel of niet zal gaan zwemmen is er een hele effectieve remedie: het overtreden van een zwemverbod werkt altijd bijzonder motiverend. Dat ik in Amsterdam woon helpt enorm mee, net als in meer steden heeft de ambtenarij diverse wateren opgeleukt met enorm sfeerverhogende zwemverbodsborden, de keuze is reuze. Er zijn drenkelingenladders, soms zijn er niet alleen de verbodsborden maar ook nog hekken die als kapstokken kunnen dienen, lantarenpalen voor de nachtelijke uurtjes, over de voorzieningen heb ik werkelijk niets te klagen en het is heel prettig dat zo een gemeente rekening houdt met de zeer redelijke eisen van haar recalcitrante belastingbetalers.

Annabel Médard

Eerste anekdote

Een van mijn favoriete urbane guerilla zwemlocaties is een heel rustig, doodlopend stukje van een vaart bij een meestal verlaten gemeentewerfje met zicht op een betonfabriek aan de overkant, waar gigantische grijpkranen bergen zand op het terrein verplaatsen. Een compleet kansloze plek, en laat ik daar nou een enorm zwak voor hebben. Vanaf mijn woonboot is dit paradijsje prima per kano te bereiken, onderweg vis ik wat plastic op, met name tussen de waterlelies langs de kade valt er altijd wel wat te halen. Bij de werf zijn er meestal verschillende boten en pontons van de gemeente aangemeerd waar ik mijn kano aan kan vastmaken alvorens ik de drenkelingenladder te grazen neem, ook hier geweldige voorzieningen. De beveiligingscamera’s wijzen naar het land in plaats van richting het water, men heeft niet helemaal door waar het echte gevaar vandaan komt. Soms laat ik mij een beetje gaan en lig ik na mijn delict op de warme stenen te niksen met een koud biertje uit mijn zwemtas, helemaal gelukkig en tevree. Die goede oude Otis Redding met ‘Sittin’ on the Dock of the Bay’ komt dan spontaan door mijn hoofd spoken, niets meer aan doen, beter wordt het niet. Of toch maar wel?

De laatste keer dat ik er was, ergens afgelopen zomer, kreeg ik ineens bezoek. Ik had net mijn shirt en korte broek over mijn natte bikini aangetrokken, mijn spullen opgeraapt en liep nog nadruipend op een van de geparkeerde boten richting mijn kano vol opgeraapte vuilnis toen twee grote gemeentelijke boten kwamen aanvaren, met schippers die meteen kwamen kijken naar wat ik aan het uitvreten was. Oei, dat kon nog leuk gaan worden. Het gesprek ging ongeveer als volgt: ‘ja heren, ik heb weliswaar op illegale wijze gemeentelijke eigendommen en een gemeentelijk terrein betreden, en ja, het klopt dat ik hier misschien ook nog heb gezwommen, maar moet je zien wat een troep ik onderweg heb verzameld! En kijk, ik heb jullie scheepsbezem uit het water opgevist en op de kade gezet. Alsjeblieft’!

Annabel Médard

Daar hadden ze niet van terug. Maar het werd nog gekker, terwijl mijn dag toen al niet meer stuk kon want eindelijk eens een keertje worden gehandhaafd na zo een actie én mij eruit kletsen was een langgekoesterde natte droom. Ik ging na deze ontmoeting met een extra brede grijns op mijn blije hoofd naar de overkant peddelen om wat meer plastic dat daar bijeen was gedreven uit het water te vissen. Een van de twee gemeenteschepen ging ervandoor, waarna opeens muziek uit de andere boot klonk en mijn aandacht trok. De overgebleven schipper zwaaide. Hmmmm, wat nou weer. Misschien zou er toch een nabrander komen, maar ik peddelde er toch maar weer heen. Het werd een heel ander verhaal dan gedacht: ‘Hi, my name is V., maybe we could hang out and talk a bit longer sometime, can I give you my number’? Sjongejongejonge, dit gaf de opstandige burger heel veel moed. Het is toch wat om temidden van een vuilnisbelt, stinkend, nat, bemodderd en al, versierd te worden door een vertegenwoordiger van het ambtelijke apparaat; net na keihard betrapt te zijn geweest op subversief zwemgedrag. Ik zat dagen later nog enorm na te genieten.

Tweede anekdote

Er zijn altijd wel wat snode plannetjes die op de achtergrond rustig lopen te sudderen en tot uitvoering wachten, tot het ineens zover is. Op een mooie dag eind november vorig jaar kwam een van mijn grootste wensen eindelijk in vervulling. Altijd schattig, de ludieke uitstapjes naar verboden zwemsteigers, maar nu gingen handlanger Tobias M. en ik voor het serieuze werk: het Mekka der verboden wateren, dat voortaan bekend zou komen te staan als bedevaartsoord voor zwemanarchisten. Het centrum van de macht, het hol van de leeuw, ik kan nog even doorgaan met de symboliek maar het was dus een uitstapje naar Den Haag, de Hofvijver natuurlijk, gezellig langs het helaas lege Binnenhof. Midden op de dag nog wel, waarom ook niet. Water is gewoon water en je schijnt hier te mogen schaatsen, maar op de ene of andere manier is zwemmen er streng verboden.

Zó streng verboden dat de autoriteiten niet eens de moeite hebben genomen de boel te duiden met gezellige verbodsborden, blijkbaar is dit een algemeen bekend gegeven. Maar we komen beiden uit een ander land, weten wij veel wat de lokale gebruiken hier zijn. De gedegen voorbereiding bestond uit het last minute organiseren van de welbekende dekmantel: plastic troep enzovoort bij onze instapplek verzamelen en in een afvalzak bij onze uitgestalde droge spullen stationeren. Mocht al het blauw op straat besluiten ons vroegtijdig uit het water te fluiten dan hadden wij kunnen vertellen hoe ongelooflijk goed we bezig waren geweest, misschien zouden wij dan zelfs een medaille krijgen, of een oorkonde, ja, op zijn minst een ereburgerschap. Verder bedachten wij ook op het laatste moment dat het toch wel erg leuk zou zijn om iemand zover te krijgen wat foto‘s te maken van deze heuglijke gebeurtenis. Op dat moment liep een kleurrijke vogel mét groot fototoestel langs: R., een geboren en getogen Hagenees die gepensioneerd is en nu zijn dagen vult met wandelingen door de stad en straatfotografie. Perfect. Hij had bovendien een hele nuttige tip: het ene stukje vijver konden we beter vermijden omdat daar een sensor ligt die een alarm inschakelt. Alhoewel dat juist verleidelijk klonk bewaren wij dit voor de volgende keer, dan hebben we weer iets om ons op te verheugen.

Annabel Médard

Het idee was verder om niet te lang te treuzelen met uitkleden en razendsnel toe te slaan, maar op zo een plek is dat wat lastig, voor je het weet komt heel Den Haag zich ermee bemoeien: “Gaan jullie écht zwemmen?” Ja dus, wij hebben gezwommen, en dat is grandioos gelukt: ik knapte daarna bijna uit elkaar van gelukzaligheid, het leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Dat hebben wij nog geweldig getimed ook, want hoewel er nogal vaak politieagenten en andere handhavers langsrijden, langsfietsen en langslopen is dit onopgemerkt gebleven. Tot zover de waakzaamheid. Wij hadden rekening gehouden met een boete (die niet mals schijnt te zijn) maar gezien het gebrek aan daadkracht van de lokale autoriteiten moest dat spaargeld na afloop dan maar worden omgezet in bier. Twee van de mensen die ons hadden aangesproken toen wij half ontkleed op het punt stonden deze zwemdaad te begaan, waren (bleek achteraf) een bekende politieke verslaggever en een ANP fotograaf, op dat moment ook daar bezig, zij het met hele andere dingen dan zwemmen. Zij vroegen nog: “En, waar doen jullie het eigenlijk voor?” Waar we geen ander antwoord op hadden dan een hele droge: “Euh, gewoon, voor de lol.” Dat leken zij niet helemaal te begrijpen, er was sprake van een kleine kortsluiting; blijkbaar moet je een doel hebben als je aan zulke dingen begint. Ideetje voor de volgende keer, mochten we dan wel betrapt en beboet worden: er een zogenaamde activistische draai aan geven, het Meerkoeten Liberatie Front of iets dergelijks.

Annabel Médard

Geradicaliseerde zwemanarchisten

De conclusie is dat je behoorlijk ver moet gaan om een sanctie aan je zwembroek te krijgen als je je aan verboden wateren vergrijpt, mij is dat ondanks de vele verwoede pogingen nog steeds niet gelukt. Zelfs als er een geel handhavingschip of zo een blauwe van de politie langs vaart, zijn de dienders van de wet compleet ongeïnteresseerd. Nog erger: soms staan ze vrolijk te zwaaien terwijl ze mij passeren, alsof ik Sinterklaas of de koningin ben. Ja, zwaaien, het is ronduit verbijsterend. Wat een belediging, zo ga je toch niet om met geradicaliseerde zwemanarchisten? Misschien moet ik toch maar eens naar het zwembad, daar schijnen tenminste badmeesters te zijn met fluitjes.

Share the Post: