Het is iets meer dan vijf jaar geleden dat Annabel Médard in een gekke bui en volledig uit het niets begon met zwemmen, elke dag. Ze zwemt uit een soort van koppigheid. Soms heeft ze een compleet idioot zwemplan in haar hoofd en als ze eenmaal zo’n ingeving heeft, moet ze het nog doen ook. Als 4e vrouw in de wereld zwom ze een Zero Ice Mile. Wat dat is? Lees snel verder!
Tekst: Annabel Médard & René Lipmann Foto’s: Annabel Médard
Op 24 september 2020 sprong je uit het niets vanaf je woonboot in de Amstel en begon je met zwemmen. Nu beleef je veel zwemavonturen die je vrijwel iedere dag deelt in de facebook groep Open Water Swimming Nederland. Wat trekt je aan aan het zwemmen in open water?
Ik heb beweging en buitenlucht nodig, anders word ik vervelend. Dat is altijd zo geweest, als heel jong kind was ik al flink aan het ravotten. Ik ben in Zuid-Frankrijk onderaan een berg in een nest van hippie-anarchisten opgegroeid en ging in die omgeving steeds op avontuur. Takjes in mijn haar, schrammen op mijn benen en armen, zwarte voeten, vegen op mijn gezicht, geschaafde knieën en altijd grote dorst van het rondstruinen, mijn bijnaam was “l’enfant sauvage”, later werd het “Annabel la rebelle”.
Mijn ouders stuurden mij uit idealistisch oogpunt naar een basisschool waar vooral kinderen van kansarme immigranten zaten in wat werd gezien als een slechte wijk, in een stad zo’n 12 km verderop. De school had een nogal twijfelachtige reputatie en als kind uit de natuur ineens tussen de hoge betonnen flats had ik mij misschien misplaatst kunnen voelen, maar ik heb er een geweldige tijd gehad. Onder het mom van integreren gingen wij elke vrijdag de hort op in plaats van op de schoolbanken te zitten; op deze manier ben ik toen ik krap vijf jaar oud was begonnen met rotsklimmen en speleologie, even later kwamen daar andere buitensporten bij als canyoning, wildwater kajakken en mountainbiken.
Dit ben ik na de basisschool ook blijven doen; ik woonde in een geweldige regio met bergen, hoogvlakten en indrukwekkende rotswanden langs diep ingesleten rivieren, het zijn machtige landschappen. Hardlopen door de bergen deed ik altijd al en ik ben dat toen ik naar Nederland verhuisde blijven doen, zonder de bergen dan. Rotsklimmen enzovoort zonder rotsen ging wat lastiger maar ik greep mijn kans tijdens zo’n beetje elke vakantie en lang weekend.
Fast forward naar vele jaren later, eind september 2020. In een periode van frustratie vanwege een hardnekkige achillespeesblessure begon ik vanuit het niks dagelijks in open water te zwemmen. Ik kon niet meer rennen en werd gek van mezelf, tot ineens het kwartje viel na de zoveelste rampzalig verlopen poging tot een hardloopsessie: ’wacht eens even, ik leef op een woonboot, laat ik nou eens gewoon de plomp in springen’. Met een compleet gebrek aan enige vorm van zwemtechniek liep deze nieuwe hobby, zoals meer dingen in mijn leven, direct volledig uit de hand: een verslaving was ontstaan. Ik ging elke dag een stuk verder zwemmen dan de dag ervoor en terwijl het water steeds kouder werd werden mijn afstanden juist steeds groter. De mutatie van berggeit tot waterdier was voltooid: een berggeit met zwemvliezen.

Om op je vraag terug te komen: wat mij trekt aan het zwemmen in open water laat zich niet zo makkelijk omschrijven, maar het is denk ik vooral een gevoel van vrijheid. Soms is het niet zozeer het zwemmen zelf maar het ’gezwommen hebben’, de rust die ik in mijn kop en lijf krijg. Ik spring overigens net zo lief in een modderige stadsgracht als in een rivier, meertje of de zee. Al het water zwemt lekker, zeker ook de afwisseling van zwemlocatie, zolang dat geen zwembad is (de muren die altijd te snel op je af komen, al die ledematen van andere zwemmers overal, de nare akoestiek, de pashokjes, het feit dat je alles ziet onder water, nee, chloor is goor en niet aan mij besteed). Ik moet simpelweg iets buiten doen, liefst in de natuur, al kan de natuur zich net zo goed midden in de stad bevinden.
Ook in hartje Amsterdam kom ik meer vogels tegen dan mensen op het water, en tussen het beton en de bakstenen op de kades groeit van alles aan eigenwijze flora. Het leuke aan elke dag zwemmen is dat ik al die zwemplekken zie veranderen met de seizoenen. Wat ook zeker meespeelt is dat ik na al die jaren hier eindelijk iets heb gevonden dat ik buiten kan doen en dat ergens hetzelfde gevoel van uitgestrektheid geeft als dat wilde gestruin in bergachtig gebied. Begrijp mij niet verkeerd, ik woon hier heel graag maar soms komt de manier waarop alles is georganiseerd mij de neus uit: wandelpad hier, fietspad ernaast, ruiterpad daar, alles zit in keurige hokjes. Maar het water is overal en laat zich wat minder makkelijk temmen.
Nu scheelt het natuurlijk ook enorm dat ik niet per se de officiële zwemlocaties opzoek maar aan guerilla zwempartijen doe. Waar ik ook heen ga, mijn zwemspullen gaan mee. Mijn werk als archeologe (ook een buiten iets) brengt mij naar de meest uiteenlopende locaties in Nederland, maar een constante daarin is dat er altijd wel ergens te zwemmen valt. Het is ook een leuk spel geworden, het gespeur naar water. Grappig genoeg ben ik sinds ik het zwemlicht heb gezien ook de streek waar ik ben geboren en opgegroeid gaan herontdekken. Er blijken niet alleen maar bergen en woest kolkende rivieren vol rotsen te zijn maar ook veel plekken met rustiger water, iets waar ik in mijn pré-zwemtijdperk totaal geen oog voor had.

Je zwemt eigenlijk uit een soort koppigheid?
Ja, dat ook, en ik denk dat een stevige dosis daarvan nodig is om dit dag in dag uit te doen. Ik ben bijzonder koppig, en zeker in de winter ga ik mijn zwemplezier niet laten afpakken door zoiets stoms als lage temperaturen: ik ben koppiger dan de kou. Zolang er nog eniszins vloeibaar zwemwater te vinden is, is het prima zwemweer, al mopper ik wel uitbundig zodra het een beetje waait (ik koester een intense haat jegens de wind). Mensen denken vaak dat ik over een ijzeren discipline beschik om elke dag van het jaar en dus ook in de winter uitgebreid te dobberen, maar het is eerder het omgekeerde.
Dat ik dat doe, is juist omdat ik bijzonder weinig discipline heb. Ik ken het beestje ondertussen wel een beetje en ik weet dat het niets meer wordt als ik een dag oversla. Ik vind zwemmen simpelweg te lekker om het te willen missen en hoe paradoxaal dat misschien ook klinkt, ik moet dit juist obsessief aanpakken om het te blijven doen en om de lol erin te houden. In het begin van mijn nieuwe leven als zwemmer had ik bedacht dat het vast goed zou zijn om eens per week een rustdag aan te houden. Die rustdag was op de maandag omdat het voor mij verder altijd een vrij drukke dag is qua werk en andere activiteiten en ik dus minder tijd had om te zwemmen, maar het resultaat was dat ik élke dinsdag weer gedonder had.
Eindeloos getreuzel, twijfels of ik wel zou gaan want binnen bij de kachel met de poten op de sofa is ook wel lekker, enzovoort. Ik wilde graag, maar kwam niet in beweging. Sinds ik de rustdagen heb afgeschaft ben ik van het gedoe af. De vraag is niet óf ik ga zwemmen, maar wáár ik ga zwemmen en dat bevalt heel erg goed. Het helpt voor de kou overigens enorm dat ik elke dag zwem: mijn lichaam went geleidelijk aan de steeds lagere temperaturen. De herfst vind ik dan ook het lastigste seizoen: het wordt kouder en kouder, de dagen korter en korter. Maar in januari worden de dagen weer steeds ietsjes langer; het water is nog erg fris, zeker in februari kan het flink spoken, maar we gaan de goede kant op.

Je bent ook niet meer gestopt, en in de winter dan? Hijs je je zelf in een dik neopreenpak?
Klopt, ik ben eind september 2020 begonnen en niet meer gestopt. Soms zwem ik ook een paar keer per dag; als je je gezin, werk en huishouden verwaarloost kan dat prima! Maar nu zonder gekkigheid, het is gewoon een onderdeel geworden van wie ik ben, van mijn dag. Wat er ook gebeurt en waar ik ook heen ga, er wordt hoe dan ook gezwommen, en dat hoeft niet per se ingewikkeld te zijn want zeker in Nederland is er overal wel water.
In de winter zwem ik gewoon door. Het is zeker niet zo dat ik de kou niet voel, maar ik laat mij daar niet door tegenhouden. Het is ook niet zo dat ik koud water juist lekker vind, als ik de keuze zou hebben tussen ijszwemmen en tropisch water dan kies ik absoluut voor het laatste, maar het is wat het is. In de zomer is het warm, in de winter is het koud en daar moet ik het mee doen. In mijn eerste seizoen, toen ik nog geen flauw idee had van wat ik aan het doen was, had ik bedacht dat ik alvast een neopreenpak moest kopen. Ik zag dat andere mensen daarmee zwommen en voelde mij dan ook een beetje een rariteit in mijn bikini, en ik wilde vooral voorbereid zijn voor de dag waarop ik het écht te koud zou vinden om zonder pak te zwemmen, want zoals gezegd wil ik geen dag missen. Lang verhaal kort: die dag kwam niet, haha. Toen het pak eind november nog steeds ongebruikt lag te wezen met de kaartjes er nog aan en ik nog met gemak een dik uur of langer schaarsgekleed lag te poedelen terwijl het toch echt wel frisjes begon te worden heb ik het maar teruggebracht naar de winkel, weg ermee. Eigenlijk ben ik ook veel te lui en ongeorganiseerd voor zulke fancy uitrusting. Ik heb geen zin in het gehannes dat ermee gepaard gaat, en het moeten aantrekken van een nat pak als het nog niet droog is na de vorige zwempartij lijkt mij bijzonder ellendig.

Je bent een echte bikkel. Je ontdekte dat er zoiets bestaat als een Zero Ice Mile.
Ha, ik had in het begin echt geen idee dat er zoiets bestond als ijszwemmen, laat staan een ice mile, laat staan een zero ice mile, het overkwam mij allemaal. En op het land ben ik een complete koukleum en loop ik een groot deel van het jaar met een of meerdere wollen mutsen over elkaar, ik kom tenslotte uit een warm land.
Zoals gezegd begon ik uit het niets elke dag te zwemmen, de temperaturen werden naarmate de winter naderde steeds lager. Mijn strategie en uitrusting veranderden echter niet: ik zwom nog steeds elke dag een ’takke-eind’, het was alleen kouder. Ik werd er op een gegeven moment door andere zwemmers op gewezen dat dat best bijzonder was. Wat ik deed, in normale zwemkleding (badpak of bikini) zwemmen, bleek ijszwemmen te heten als het water onder de 5.0°C is: een aparte tak van sport binnen het open water zwemmen, met als heilige graal de ijsmijl (een afstand van 1.609 meter).
Ik zwom gewoon elke dag een ijskilometer of meer, en als ik in het weekend meer tijd had (ik zwom toen nog heel traag door mijn gebrek aan techniek) deed ik blijkbaar stiekem een ijsmijl of een nog langere afstand, op eigen initiatief en dus geheel onofficieel. Het leek mij grappig om dat wel een keertje officieel te doen en om mijn naam als complete underdog zonder zwemtechniek op de ranglijst der ranglijsten te zien staan, zeker omdat ik pas een paar maandjes eerder begonnen was met al dat gedobber en het allemaal min of meer per ongeluk was ontstaan. Ik werd dus lid van de IISA (International Ice Swimming Association), de volgende stap was het regelen van de logistiek: er moet een official van de IISA bij zijn, een arts, een volgboot enzovoort. Precies toen ik begon te bedenken dat het mij teveel gedoe was en dat ik gewoon net zo lief onofficieel kon blijven koukleumen werd ik uitgenodigd om mee te doen aan de Green Heart Ice Mile Challenge.
Hierbij zouden negen zwemmers in de gelegenheid worden gesteld om om de beurt een ice mile te zwemmen in de Reeuwijkse Surfplas. Omdat het nu wel erg serieus werd en ik vond dat ik tussen de echte pro’s echt niet kon komen aanzetten met mijn krakkemikkige hoofd-boven-water-schoolslag wilde ik graag wat lessen volgen. Via via kwam ik bij juf Marjon van Swimfantastic terecht, er was echter één groot probleem: de zwembaden waren dicht, want covid lockdown. Ik legde uit dat ik sowieso niet van plan was dat in een zwembad te doen en dat er dus helemaal geen probleem was. Dit had zij geloof ik niet eerder meegemaakt, een of andere gek die in januari in open water zwemles wilde, zonder wetsuit bovendien.

Afijn, mijn schoolslag werd opgepoetst en toonbaar, Marjon bleek een geweldige coach en ze bood aan om als zodanig mee te komen tijdens de ice mile. Het werd episch. Nadat een eerste datum werd afgelast wegens stormachtige toestanden (waarvan ik als een stekker baalde en die dag even goed ging zwemmen daar maar dan op eigen gelegenheid) was het op 13 februari 2021 eindelijk zo ver. Het vroor in die periode echter stevig, waardoor steeds meer rivieren en plassen bevroren raakten, zo ook de Amstel voor mijn deur (de laatste keer dat je erop kon schaatsen was in de jaren ‘90 begreep ik, en uitgerekend nu gebeurde dat weer). Heel Nederland schaatste en het was nog wel de vraag of we wel vloeibaar water zouden hebben, maar bij de diepe Surfplas spookte het enorm en fungeerden de golven als ijsbrekers. Ik was als op een na laatste van de negen zwemmers aan de beurt, en toen in de loop van de dag bleek dat zelfs de meest doorgewinterde zwemmers vroegtijdig moesten stoppen begon het spannend te worden.
Maar de zwemmer net voor mij voltooide de tocht wel, en het ging mij potverdorie niet gebeuren dat ik het niet zou halen (had ik al iets gezegd over hoe koppig ik ben?). Het was pittig, de omstandigheden waren extreem. Veel wind, lastige golfslag, extreem koud water (0,76°C!), gevoelstemperatuur op het land nogal Siberisch (-17,9°C). De lage middagzon was in theorie wel fijn maar scheen precies in mijn ogen waardoor ik een van de twee boeien die het parcours markeerden nauwelijks kon zien en ik steeds uit koers raakte (en vast een stuk meer heb gezwommen dan nodig). Ik was traag en heb er lang over gedaan, nog langer dan ik normaliter deed over deze afstand, en ik heb werkelijk geen idee hoe ik het voor elkaar heb gekregen, maar het kwam in geen moment in mij op om ermee te kappen en het is dus gelukt. Een officiële ice mile was al geweldig geweest, de lijst der lijsten, beter dan een Elfstedentocht. Maar omdat het water onder de 1°C was bleek het een aparte categorie te zijn, een zero ice mile. Deze lijst is veel korter: ik bleek de 4e vrouw ooit te zijn geweest, wereldwijd, oeps!

IJszwemmen wordt steeds meer als aparte zwemsport erkend. Je nam zelfs deel mee aan het WK en EK IJszwemmen?
Jazeker, en ook dat gebeurde eigenlijk per ongeluk, zeker de eerste keer. Ik heb deelgenomen aan het WK ijszwemmen in een Alpenmeer in Frankrijk in januari 2023, aan het EK in Roemenië in februari 2024 en opnieuw aan een WK in januari 2025, dit keer in Italië. En tot mijn verbazing heb ik compleet onverwacht ook nog hier en daar wat blingbling in mijn leeftijdscategorie naar binnen geharkt, dat was ronduit geweldig. Overigens schijnt men achter de schermen druk bezig te zijn om het ijszwemmen bij de Olympische Winterspelen te introduceren, het wordt dus inderdaad steeds aanweziger.
Je bent in voor meer spontane zwemuitdagingen? Kun je er een delen?
Hmmm, waar moet ik mee beginnen, ik vrees dat ik hier een heel blad of misschien zelfs een jaargang of tien mee zou kunnen vullen want ik hou enorm van zulke maffigheden. Maar als ik er toch eentje moet kiezen dan staat de ’12 provincies in één dag zwemodyssée’ wel heel erg hoog. In het kader van ‘waarom ook niet‘ kwam dit idee tot stand en besloten zwemkompaan T. en ik als respectievelijk Duitser en Française onze inburgering en kennis van de Nederlandse topografie tot ongekende hoogtes te tillen. Het gebeurde vrij spontaan, al speelde het idee al langer, en we werden vooral niet gehinderd door al te veel denkwerk en voorbereidingen vooraf, wat in feite het enige juiste recept is voor een gedenkwaardig avontuur. Een dag van tevoren hadden we hatseflats de helft van de route enigszins gepland, wat natuurlijk meer dan genoeg is; de andere helft werd aan de waan van de dag overgelaten. En waanzinnig dat het was! Alle twaalf provincies zijn hevig op de kaart gezet tijdens deze dolle dwaze zwemroadtrip en wij hebben vooral ongelooflijk veel lol gehad. Het startpunt was in mijn thuiswater, de Vaart waar mijn woonboot ligt en de Amstel (Noord-Holland), dan naar Botshol (Utrecht), het Braassemermeer bleek vol met blauwalg dus door naar Vlietland (Zuid-Holland), Krammersluis Laagbekken (Zeeland), Engelermeer (Noord-Brabant), Mookerplas (Limburg), Lentse Plas (Gelderland), een of ander urbaan plompje in Zwolle (Overijssel), Blauwe Meer (Drenthe), Paterswoldsemeer (Groningen), Skipsleat bij Joure (Friesland) en tenslotte Wellewaard (Flevoland). Vanaf Drenthe was het trouwens donker dus we willen een keer op herhaling maar dan de andere kant op zodat we het noorden ook bij daglicht kunnen zien. Ik ben vele gekke avonturen verder maar als ik aan deze dag denk heb ik nog altijd een dikke grijns op mijn smoel!

Je favoriete zwemplek om te spartelen in Amsterdam is?
Ik moet het vooral hebben van de afwisseling, ik heb wat dat betreft niet echt een favoriete zwemplek in of buiten Amsterdam. Soms wil ik helder water, soms is ploeteren in een viezig plompje juist helemaal het einde. Waar ik zin in heb verschilt ook per dag of zelfs per uur, het gebeurt ook heel dikwils dat ik op de fiets stap met een bepaalde plek in gedachten en gaandeweg toch ergens anders beland. Of ik zwem op verschillende locaties achter elkaar. En als ik ’s avonds laat of ’s nachts zwem, is het wel zo handig als er op de kade iets van verlichting is (geweldig iets trouwens, nachtelijke zwempartijen, zeker als het weer ronduit deprimerend is: met het licht uit lijkt het mee te vallen).
Het moet verder vooral niet te aangeharkt zijn en een vleugje illegaliteit kan ook geen kwaad, dat draagt absoluut bij aan de feestvreugde. Ik weet alleen niet of het een goed idee is de stiekeme plekken in een tijdschrift te delen, die laat ik dus toch maar in het midden, maar verder zijn wij in het Amsterdamse behoorlijk verwend met zoveel water in en om de stad. Om er een paar in willekeurige volgorde te noemen: de Nieuwe Meer, de Amstel, het Marineterrein, de IJhaven, de Houthavens, de Sloterplas, de Ertshaven, het IJ, de Gaasperplas, de Entrepothaven, het Spoorwegbassin, het Nieuwe Diep, Schinkel, en nog een heleboel vaarten, kanalen en grachten groot en klein. De mogelijkheden zijn eindeloos en dan hebben wij het niet eens gehad over wat zich allemaal buiten de stadsgrenzen bevindt aan geweldigs.

Is het zwemmen een obsessie geworden?
Obsessiever dan dit wordt het niet nee, noem het gerust een verslaving. In eerste instantie begon die obsessie met schoolslag, maar direct na die ice mile ben ik de borstcrawl gaan leren en dat is wat ik sindsdien voornamelijk zwem. Zeker bij langere afstanden, een meer rondzwemmen o.i.d, is dat een fijne slag. Ondertussen ben ik ook gaan doe-het-zelven met vlinderslag en rugslag. Vooral de vlinderslag vind ik waanzinnig leuk, maar mijn schouder vond het een stuk minder toen ik dat ook obsessief elke dag deed, als extraatje na mijn uitgebreide borstcrawltochtje.



