Grotduiken in het kraakheldere water in Mexico, onaangeroerde wrakken in de Zwarte Zee verkennen of een diepe duik naar een B17 bommenwerper in de Adriatische Zee. Maar ook een lange duik in een leisteenmijn in Sauerland en 16e en 17e-eeuws houten wrakken bekijken ‘gewoon’ hier in Nederland! De wereld kan boven water mooi zijn, maar de tijdcapsules die je onder water kunt vinden zijn soms met geen pen te beschrijven. Wie wil dit nu niet met eigen ogen zien?
Tekst: Sander Evering Foto: René Lipmann en Tomasz Stachura – Santi
Deze kleine greep duiken uit mijn logboek hebben op één detail na niets met elkaar gemeen. De diepte, duiktijd, locatie, stroming, zicht en watertemperatuur liggen mijlenver uit elkaar. De enige overeenkomst is dat ze allemaal onder de noemer technisch duiken vallen. Wat is technisch duiken eigenlijk precies? En waarom zou je daaraan willen beginnen?
De voorbeelden zijn misschien al meer dan genoeg redenen om te starten, maar er zijn natuurlijk ook een berg nadelen. Om eerlijk te zijn kan ik net zoveel redenen verzinnen waarom je jezelf nog wel een keer op je achterhoofd kunt krabben voordat je de koe bij de horens vat en jezelf in de duikwinkel een compleet nieuwe duikuitrusting aanmeet. Het is namelijk geen goedkope sport, het vereist veel meer materialen, planning en voorbereiding.
Je moet er hard voor (blijven) werken, de risico’s nemen toe en het aantal duikmaatjes neemt juist af. Er is zelfs een periode geweest dat er vrijwel geen helium beschikbaar was, een gas dat nodig is om diepe duiken te kunnen maken. Wat een gedoe! Maar laten we het leuk houden en eerst maar eens de voordelen bekijken, dat negatieve gezeur hebben we in 2024 helemaal geen ruimte voor.
Definitie technisch duiken
Een duiker met een dubbelset op z’n rug en een scooter in z’n hand is niet per se een technische duiker. Zelfs als deze duiker extra flessen (ook wel stages genoemd) meeneemt hoeft dat nog steeds niets te betekenen. Wat maakt dan nu het verschil tussen een sportduiker of een techduiker?

Eigenlijk is er helemaal geen verschil tussen sport of technisch duiken. Beide duikers zijn recreatieve duikers die zich onder water vermaken door visjes, wrakken of grotten te bekijken. De ene duiker duikt ondiep, de ander diep en de volgende nog dieper. De een duikt kort, de ander lang en de derde nog veel langer. En daarom gebruikt de ene duiker een enkele fles, de andere een dubbelset en de laatste een dubbelset met nog meer cilinders. Of duikt die laatste duiker met veel flessen gewoon heel lang heel ondiep?
De enige duidelijke definitie van technisch duiken is wanneer een duiker zich ergens onder water bevindt waarbij een directe opstijging naar de oppervlakte niet mogelijk is. Deze opstijging kost enige tijd, want de duiker moet eerst de grot uit zwemmen. Of de duiker heeft nog een decompressieverplichting van een uur te gaan.
Of de omstandigheden aan de oppervlakte zijn dusdanig gevaarlijk (denk aan bootverkeer of slecht oppervlakte zicht door weersomstandigheden) dat de duiker per se de opstijging langs de ankerlijn móet maken. Want een vrije opstijging zou resulteren in de rest van de dag in je eentje op open zee ronddrijven.
Deze duiken vereisen aanvullende maatregelen in duiktraining, materialen en ervaring omdat ‘gewoon naar de oppervlakte zwemmen’ niet meer behoort tot een van de grootste veiligheidsprincipes. Maar waarom zou je dan toch technische duiken willen maken? Goede vraag!

1 Grotduiken
Het is misschien niet voor iedereen weggelegd, maar als je je echt in de onderwereld wilt begeven dan is er geen betere manier dan door te leren grotduiken. Je vindt prachtige formaties van stalactieten en stalagmieten, kristalhelder water met betoverende haloclines (zoet- en zoutwater lagen die niet met elkaar mengen, maar op elkaar drijven).
Of ontdek één van de vele tijdcapsules die in de grotten te vinden zijn, zoals de botten van een mastodont, oude vuurplaatsen en door mensen gemaakte voorwerpen die dateren van voor de laatste ijstijd (toch een kleine 11.700 jaar geleden). De Mexicaanse cenotes werden door de Maya’s vaak als offerplaats gebruikt. Maar vergeet niet de Europese grotten; ook Frankrijk is erg toegankelijk om de meest bizarre grotduiken te maken.

2 Lange(re) duiken
Laat je niet weerhouden door enige decompressieverplichting. Met een beetje pure zuurstof ‘zwem je dat er zo weer uit’. Een duik naar 30 meter kan relatief ondiep zijn, maar wanneer je een decompressie verplichting wilt vermijden is je duiktijd maximaal 20 tot 30 minuten, met lucht of nitrox 32%. Maar wanneer je wat extra gas meeneemt en pure zuurstof als decompressiegas, kun je al snel je duiktijd verlengen naar 50 minuten. Met maar 10 minuutjes decompressieverplichting. Dat is al snel de moeite waard!

3 Onder water leeft meer
In de zeeën en oceanen bevinden zich de meeste planten en dieren. Van de kleine eencellige algen, ofwel plankton, tot en met de blauwe vinvis, het grootste dier dat ooit op aarde heeft geleefd. Wil je een klein beetje van de onderwaterwereld verkennen, dan heb je toch echt een combinatie van meer diepte en tijd nodig om überhaupt een factie van de onderwaterwereld te kunnen zien.

4 IJsduiken
De magie van de door het ijs brekende zonnestralen die zachtjes spelen met je uitgeademde luchtbellen. Met een beetje geluk zie je de bergen met sneeuw aan de horizon terwijl je ondersteboven tegen het ijs kruipt met je masker tegen het ijs gedrukt. IJsduiken kan soms in Nederland, maar voor het echte werk kun je bijvoorbeeld naar de Weissensee in Oostenrijk.

5 Mijnduiken
Het lijkt op grotduiken, maar dan zwem je door mensgemaakte tunnels. Vaak liggen ze nog vol met achtergelaten gereedschappen, leidingen met pompen, lieren, treinrails en soms enkele wagonnetjes. Waar grotten vaak enkele duizenden tot miljoenen jaar oud zijn, zijn de meeste mijnen een tiental tot hoogstens een honderdtal jaar oud. Je past hier meestal grotduiktechnieken toe, maar wel met de voorzichtigheid van wrakduiken. Dat betekent rekening houden met instabiliteit, scherpe en roestige voorwerpen en soms loshangende kabels en leidingen.
6 Diepte
Des te dieper je gaat, des te minder duikers zijn er geweest en des te beter blijft de onderwaterwereld beschermd. Dat geldt bijvoorbeeld voor koralen op dieptes van 60 meter, zoals bij Klein Bonaire. Hier is minder invloed van de negatieve gevolgen van te warm water, heftige stormen, zand door erosie en duikers die het rif beschadigen. Ook is er op diepte een lagere temperatuur en minder zuurstof in het water.
Dat betekent dat de destructieve paalworm nauwelijks kans krijgt om te overleven en er dus meer kans is op onaangetaste houten wrakken. Een goed voorbeeld is het houten wrak de Mars. De Zweedse driemaster zonk in 1564 in de Baltische Zee. Het oorlogsschip is prachtig geconserveerd door het lage zuurstofgehalte.
Dit mozaïek is samengesteld door 600 afzonderlijke foto’s te combineren. De foto’s van het wrak werden in opeenvolgende duiksessies genomen op 75 meter diepte door Tomasz Stachura – Santi.
7 Projectmatig duiken
Er zijn meer sportduikers onder water dan wetenschappers en onderzoekers. Veel meer. Wetenschappers en onderzoekers zijn meestal beroepsduikers, veelal beperkt door wet- en regelgeving en vaak gebonden aan bureauwerk. Voor het echte veldwerk blijft meestal veel minder tijd over dan gewenst. Nu is het vanwege wet- en regelgeving in veel landen verboden om als sportduiker werkzaamheden voor een bedrijf of de overheid te verrichten, maar dat hoeft je als sportduiker niet te beperken om waardevolle onderwaterdata vast te leggen.
Daarbij is het tegenwoordige niet heel ingewikkeld om deze data voor eeuwig vast te leggen door middel van film, foto’s of het maken van 3D modellen van wrakken. Veel wrakken liggen ruim honderd jaar op de zeebodem en zijn soms nog in redelijk goede staat.
Wie zegt dat deze wrakken ook de volgende honderd jaar doorstaan? Leg het vast op de gevoelige plaat, deel het op het wereld wijd web en laat het wrak ongemoeid voor de volgende duiker. Of voor die wetenschapper als die eindelijk eens de tijd en middelen heeft om het wrak met al z’n historie te conserveren.

8 Ondiep duiken is nog leuker
Omdat je als technisch duiker de ondiepe duiken zonder poespas nog meer kunt waarderen. Geen gedoe met zware flessen, een eenvoudige duikvoorbereiding en gewoon lekker genieten van het warme water en de mooie visjes.
Heerlijk al je zware spullen thuis laten, natpak aan en met een enkele fles, gewapend met een schoonmaakborstel, bijdragen aan een koraalrestauratie project. En bij 50 bar stijg je op, einde duik, geen gedoe en veel plezier.
9 Ontwikkelen
Stilstaan is achteruitgang! Dat geldt niet voor iedereen, maar veel duikers vinden het prettig om zichzelf te blijven ontwikkelen door te leren op gebied van theorie en praktijk. Het opdoen van meer ervaring is altijd een goede eerste stap, maar daarna kan het tijd worden je vaardigheden actief te verbeteren door te trainen (hoe goed is jouw achterzwemslag?), een opleiding te volgen en door je materialen beter te leren kennen.
Zeker in de aanvullende duiktrainingen draait het niet meer om het halen van een brevet, maar om je persoonlijke ontwikkeling. En daarnaast draait het om de ontwikkeling van je team zodat je beter leert samenwerken, communiceren en elkaar kunt aanvullen, zowel boven als onder water. Technisch duiken is een teamsport, dit doe je niet alleen. Een succesvolle duik wordt niet bepaald door gehaalde doelen, maar door een goed samenwerkend team.

10 Wrakduiken
Het opsnuiven van cultuur en geschiedenis met een vleugje zeezout, dat kan alleen onder water en meestal op grotere dieptes dan 40 meter. Wrakduiken op Malta is absoluut leuk, maar omdat de meeste wrakken zijn neergelegd als toeristische trekpleister vallen ze in het niet bij de wrakken die in de (na)oorlogse strijd door zeemijnen of vijandelijk vuur zijn gezonken.
En wrakken, zoals deze Boeing B-17 Flying Fortress op 70 meter diep bij het Kroatische eiland Vis, liggen nu eenmaal niet allemaal op een ideale duikdiepte. Daar moet je soms wat meer moeite voor doen.
Ja, ik wil. Wat zijn de voorwaarden?
Als je besluit om de sprong in het diepe te wagen, hoe pak je dat dan aan? Waar en hoe kun je starten? Dan is het zinvol om te bedenken wat er nodig om een goede technisch duiker te worden, te zijn en te blijven. Daar zijn in de basis drie verschillende pijlers voor nodig; geschikte materialen, de juiste duiktraining en voldoende ervaring. Als er iets van deze fundering niet aanwezig is dan kun je als duiker nooit volledig ontspannen, comfortabel en met zelfvertrouwen onder water zijn.
Het is aan te raden om eerst onderzoek te doen naar een training die je voorbereid op technisch duiken. In deze training leer je omgaan met nieuwe duikmaterialen, zoals een dubbelset, lange slang, drie lampen, een SMB, stevige vinnen en ga zo maar door. Hier wordt zeer nauwkeurig gekeken naar je basis vaardigheden als drijfvermogen, trim, balans, vinslagen, gasdelen, kranen bedienen, awareness en team communicatie. Een voorbeeld van deze training is de Fundamentals opleiding van GUE. Hier ga je nog geen technische duiken maken, je legt hier enkel een hele sterke basis die je klaarstoomt voor het echte werk.

Passende training
Op het moment dat je een passende training hebt gevonden bepaal je welke uitrusting je nodig hebt, dit gaat vaak in overleg met je instructeur. Dan schaf je het aan, past het naar wens aan en vervolgens kun je er enige ervaring mee opdoen voordat de opleiding start. Zo kom je enigszins goed beslagen ten ijs. Na de training volgt er een evaluatie waarin je de gemaakte progressie bespreekt en het vervolg traject bespreekt.
Wat er in ieder geval niet ontbreekt in dit proces is het opdoen van ervaring, met de juiste kennis, materialen en teamgenoten. En dan is de tijd aangebroken om met diepe duiken en of grotduiken te starten!
Dit proces verloopt vaak ineens een stuk eenvoudiger; je hebt al de juiste materialen, de juiste basisvaardigheden en voldoende ervaring. Het is een kwestie van de opleiding kiezen, datum prikken, ervaring bijhouden en er met je team voor gaan!
Info Sander Evering
Sander is meer dan 20 jaar werkzaam in de duikindustrie als zowel sport als beroepsduiker. Als sportduiker heeft hij een achtergrond als Padi, IANTD en GUE instructeur en geeft hij diverse trainingen voor zijn bedrijf Dive Solutions. Als beroepsduiker werkt hij voor JFD als trainer en testpiloot voor onderwater vervoersmiddelen voor militaire duikers. Met zijn opleiding docent lichamelijke opvoeding (ALO) is het lesgeven onderdeel van zijn DNA geworden.
www.divesolutions.nl of sander@divesolutions.nl.






