Onder het wateroppervlak van het Nationaal Park Oosterschelde gaat een enorme biodiversiteit schuil. Duikers tellen rondom de Zeelandbrug met gemak een paar honderd diersoorten. In het voorjaar kunnen we daar ook de pijlinktvis bij optellen.
Tekst en foto’s: Janny Bosman
Met een watertemperatuur van tien graden Celsius is het voor mij in de Oosterschelde een bijzonder moment. Niet zozeer omdat de ergste koude duiken van de afgelopen winter achter de rug zijn, maar vanwege de komst van de pijlinktvissen. In de periode half april tot begin juni komen de pijlinktvissen, Loligo vulgaris, onder andere naar het Zeeuwse getijdewater om zich voort te planten.
Maar wat zijn ze schuw, erg schuw. Schreef ik al dat ze schuw zijn? Een waarneming is daarom niet eenvoudig, laat staan het fotograferen van de paring of de eiafzetting.

Afzetplekjes
Het begint doorgaans met het vinden van een reeds afgezette klomp eieren die geknoopt zijn aan een stevig object. Een wrakdeel, steigerpalen, touwen of houtwerk zijn geliefde afzetplekjes.
Wanneer de eieren donkerbeige van kleur zijn, dan zijn deze al wat ouder en hier is de kans om pijlinktvissen tegen te komen klein. Wat we zoeken zijn de verse eieren, licht crème van kleur. Bij zo’n eiklomp gaan we op zichtafstand zo stil mogelijk hangen. En dan is het wachten, wachten en nog eens wachten. Vaak komen de prachtige straaljagers na verloop van tijd langs om te verkennen. Steeds vertrouwder worden wij met ze en uiteindelijk is het een komen en gaan van een school pijlinktvissen.

Snelle paring
Ik kan nu voorzichtig dichterbij fotograferen, het afzien wordt beloond. De paring gaat snel, het mannetje grijpt het vrouwtje bij de kop en via de tentakels worden de eitjes bevrucht. Hierna zet het vrouwtje meerdere keren eitjes af op de eiklomp. Verschillende vrouwtjes gebruiken dezelfde afzetplek waardoor deze aspergeklomp enorm kan uitgroeien. In elke ‘asperge’ zitten meerdere embryo’s.

Broedzorg is er niet bij en de krabben maken dankbaar gebruik van dit als voedsel. Na ongeveer zes weken komen de eieren uit en moeten ze zelf hun weg zien te vinden in hun volgroeiing.




