Wilde zwemnatuur ontmoet openwaterzwemmer Annabel

Annabel Medard openwaterzwemmen Amsterdam pelikaan

Je maakt wat mee als openwaterzwemmer, als je zwembril niet beslagen is tenminste. Het hele dierenrijk komt voorbij, samen met de seizoenen, en het wonderlijke is dat je hiervoor niet eens per se buiten de stadsgrenzen hoeft te treden. Ook in de Amsterdamse wateren en andere urbane plompjes zijn er vissen in alle soorten en maten, watergevogelte idem dito inclusief verdwaalde exoten, soms zelfs zeezoogdieren op stedentrip, het is werkelijk niet te geloven.

Tekst: Annabel Médard Foto’s: Jasper Verkaart (zeehond), Annabel Médard (overig)

En niet alleen de fauna is alom aanwezig, ook de flora tiert welig zodra de winter voorbij is. Hier en daar op de kades groeien en bloeien dappere stokrozen door kieren in het beton, aan de oevers schieten irissen uit de grond en het stadswater wordt op rustige plekken opgeleukt met roze of gele waterlelies. In de lente wordt er overal op los gebroed, het is druk aan de waterkant. Bij mijn woonboot aan een vaart naast de Amstel is het een voortdurend komen en gaan van verschillende eenden- en ganzensoorten, meerkoeten, waterhoenen, futen enzovoort.

Annabel Medard openwaterzwemmen Amsterdam zeehond pelikaan

Mijn zwemsteigertje wordt door deze krijsende hooligans gekraakt om broedpaleizen te bouwen, dan moet ik maar zien dat ik elders te water ga. Later krijgt het jonge grut zwemles in badje 1, oftewel het beschutte strookje water tussen wal en schip in, redelijk afgeschermd voor de grijpgrage meeuwen die wel een mals pluizenbolleke lusten.

Geen wereldstad, maar natuureservaat

Er wandelt weleens een egel op de oever of een verdwaasde mol die zich een weg naar boven heeft gebaand; er zijn uilen in de hoogste boom, Vlaamse gaaien, duiven in de vlier die te beroerd zijn om een fatsoenlijk nest in elkaar te flansen waardoor de hele bende om de zoveel tijd naar beneden dondert met alle gevolgen van dien, merels, eksters, kraaien, kleurrijke halsbandparkieten, roodborstjes, koolmezen, mussen en allerlei andere zangvogeltjes, reigers die vol overgave de boel onderschijten alsof er geen morgen is, aalscholvers die op de palen aan de overkant van de vaart met de vleugels wijd open pontificaal staan te potloodventen, af en toe wordt zelfs een ijsvogel gesignaleerd, op de loer voor een lekker hapje vis.

Annabel Medard openwaterzwemmen Amsterdam zeehond pelikaan

Libellen en vlinders fladderen rond, zo ook die ellendige rotmuggen, lang leve de biodiversiteit. Ik ben in de bergen opgegroeid in Zuid-Frankrijk en dacht nu in een wereldstad te wonen, maar het blijkt een natuurreservaat te zijn. Al zwemmend kom je al deze wezens ook tegen en dat werkt enorm sfeerverhogend; voor mij geen zwembad, dank u vriendelijk. Je wordt ook al gauw ‘one of the guys’: tijdens mijn eerste zwemwinter ben ik eens gevoerd vanaf een brug, ik werd blijkbaar voor een hongerige eend aangezien en kreeg stukken brood en handjes graan naar mijn kop geslingerd. Dat schept een band met de rest van het gevogelte, voor je het weet zit je gezellig te foerageren met de gevederde ‘bad boys’.

Ze zijn bovendien vaak erg nieuwsgierig en komen zomaar een stukje meezwemmen om dat rare grote waterwezen met oranje boei erachter van dichtbij te onderzoeken. Soms zijn ze in een brutale bui en zwemmen ze zelfs onder mij door, vooral jonge puberale futen lijken daar de grootste lol in te hebben en duiken de diepte in om vervolgens uit het niets als een torpedo langs mij omhoog te schieten, kamikazen zijn het. Ik zit met smart te wachten op de dag waarop een bijdehante meeuw op het idee komt om op mijn boei of nog beter, op mijn badmuts te landen, maar vooralsnog durven ze het niet aan, helaas.

Er waren wel goede kandidaten: Henkie de Meeuw, die mijn man en ik eens uit onze vaart opvisten toen deze ondersteboven hulpeloos aan het spartelen was, en DJ Zielenpoot, een jonge meeuw met mankementen die een tijdje op een steiger bij de Houthavens bivakkeerde en langzaam aansterkte na het braaf brengen van allerlei lekkernijen. Maar nadat zij waren opgelapt hadden ze wel wat beters te doen dan mij gezelschap te komen houden tijdens mijn dagelijkse zwemtochten en zijn ze overgegaan op normalere activiteiten zoals het genadeloos onderpoepen van mensen en auto’s, hier en daar de boel terroriseren, vuilniszakken opentrekken en patat jatten van nietsvermoedende toeristen. Het is ze van harte gegund.

Annabel Medard openwaterzwemmen Amsterdam zeehond pelikaan

Vreten, schijten en doelloos ronddobberen

Dan de onvermijdelijke meerkoeten, die vaak verhaal komen halen als ik een zwemladder nader: ‘goedendag mevrouw, wilt u een kleine donatie doen aan het guerilla zwemfront‘? Ik vind het vermakelijk om goed de tijd te nemen dat gekoet te observeren en het moet gezegd: vreten, schijten, copuleren en doelloos ronddobberen, de veren drogen en ondertussen een beetje rellen met de buren, wát een leven. Eigenlijk zijn deze beestjes compleet gestoord, vaak zijn zij de enige die ik nog in het water tegenkom als het winterse weer extreem wordt of als het stormt, zij maken er een kunst van om speels te blijven drijven alsof er niets aan de hand is.

Die koppigheid en de complete minachting voor rampzalige meteorologische gedrochten begrijp ik maar al te goed, er staat niet voor niets een meerkoet te pronken op mijn zelfontworpen lievelingsbadmuts. Zij hebben bovendien een opmerkelijke voorliefde voor onwaarschijnlijke en soms ronduit onhandige broedplekken en doen aandoenlijke pogingen om nesten te bouwen op de meest onmogelijke locaties: op de gammele ladder van een bootje bijvoorbeeld waardoor het krakkemikkige bouwsel steeds uit elkaar valt, en dan liefst direct naast een veelbezochte zwemsteiger zodat iedereen hun tomeloze werkdrift onbeperkt kan bewonderen.

Annabel Medard openwaterzwemmen Amsterdam zeehond pelikaan

Of het koppel dat afgelopen voorjaar juist een pracht van een superdeluxe vijfsterren nest op een kajak had gecreëerd in de Admiralengracht. Mevrouw meerkoet zat koninklijk geïnstalleerd te broeden, terwijl meneer meerkoet steeds van alles kwam brengen om het echtelijke paleis verder in te richten, weliswaar met een twijfelachtige voorkeur voor plastic troep. Kosten noch moeite worden gespaard voor het nageslacht, mooi om al zwemmende langs te gluren. Hun liefde voor het water werkt nogal aanstekelijk.

Zo is er het eigenaardige verhaal van de stadsduif die deed alsof hij een meerkoet was en met de pootjes in het Amstelwater heel overtuigend op het beton heen- en weer marcheerde bij Somerlust. Gevalletje zware identiteitscrisis. Sowieso komen de gevederde badmeesters in allerlei gedaantes. Bij de Nieuwe Meer (steiger Amsterdecks) is Hans de Gans een bekende stamgast onder de vele zwemmers. Hans staat er onverstoorbaar te staan of geeft als hij in een baldadige bui is juist ongevraagd zwemadvies: ‘harder kicken Médard, jij luie donder, de Heer heeft je niet voor niks beentjes gegeven. Dieper insteken! Hoge ellebogen! Denk om je catch, dit is toch geen zwemmen’?! Enzovoort.

Laatst was er op een kade elders in de stad een pluizige maar vooral heel nieuwsgierige reiger die zich met mijn gedobber kwam bemoeien. Je zag hem meewarig denken: wat is dít nou weer voor een vreemde vogel? Soms heeft de badmeester geen veren maar is het een sullig en harig monster, een Gruffalo-hond met vlijmscherpe klauwen en eeltige knieën die met mijn zwemboei blijkt te willen spelen of die zijn diep gekoesterde reddingsambities botviert op een nietsvermoedende passerende zwemmer.

Annabel Medard openwaterzwemmen Amsterdam hond

Die ene opgefokte psychopaat

Alles goed en wel, maar wie ik in het water helemaal niet vertrouw zijn de zwanen, juist ook buiten het broedseizoen. Zij zien er te chic en deftig uit voor ongein en de meesten zijn vredelievend maar ze zijn nogal groot en sterk, je zult maar die ene opgefokte psychopaat treffen; onder open water zwemmers gaan allerlei wilde verhalen over horrorzwanen. Dan hebben we nog de speciale avond brigade. Als ik in de schemering en de invallende duisternis zwem vliegen er weleens op insecten jagende vleermuizen over mij heen, in een onnavolgbare postmoderne choreografie. Ja, als open water zwemmer word je zelfs hartje stad wel heel erg geconfronteerd met de natuur.

Annabel Medard openwaterzwemmen Amsterdam zeehond pelikaan

Zeehond met sterallures

Maar het kan altijd gekker. Afgelopen september was op een drukbezochte picknick- en zwemlocatie aan de Amstel naast een roeivereniging een luie zeehond neergestreken die een paar dagen op een steiger rustig heeft liggen zonnebaden, na een tijdje in Utrecht op zijn gemak te hebben rondgespookt. Blijkbaar was deze grapjas toe aan een sabbatical, zout water en zand in je snuit zijn ook niet alles en een zeedieet gaat op den duur ook vervelen. Misschien heeft meneer of mevrouw zeehond vervolgens de toeristische hotspots van de Amsterdamse binnenstad aangedaan: een beetje cruisen door de grachten achter een rondvaartboot aan, naar een coffeeshop, bij een of andere TikTok-rij aansluiten voor stroopwafels met Nutella, of doe eens gek: een nostalgische haring met uitjes pakken.

Annabel Medard openwaterzwemmen Amsterdam zeehond pelikaan

Of hij ging op de Dam bijklussen als levend standbeeld, iets waar hij duidelijk aanleg voor heeft gezien het uitgebreide lanterfanten op die steiger, totaal niet onder de indruk van wat dan ook. Hij keek hooguit een beetje verveeld naar de vele toegesnelde bewonderaars langs de kant en de flitsende fotografen. Die ene zwemster die uitgebreid lag te heen- en weren een stuk verderop langs de boeien vond hij al helemaal niet interessant, ook niet de vele roeiers of het knalgele schip van handhaving dat net achter die boeienlijnen polshoogte kwam nemen. Sterallures, dat krijg je ook na al die aandacht op het landelijke en lokale nieuws.

Waar is het wachten nu op?

Maar ook dat kan nog een stuk gekker, de fauna houdt zich namelijk niet per se aan de voorschriften wat betreft officieel leefgebied en andere vergelijkbare futiliteiten. Zo kom je de ene keer een olijke zeehond tegen in de Amstel, dan weer een pelikaan. Ja, een pelikaan. Een kroeskoppelikaan om precies te zijn. Het is nu wachten op een nijlpaard, of een pinguïn, wij hoeven nergens meer van op te kijken. Deze grote vriendelijke reus blijkt overigens uit een Zuid-Hollandse dierentuin te zijn ontsnapt, maar broedende kroeskoppelikanen kwamen hier tot in de Late Middeleeuwen nog gewoon voor, heel exotisch zijn ze eigenlijk niet.

Annabel Medard openwaterzwemmen Amsterdam pelikaan

Er gaan geluiden op bij verschillende natuurorganisaties om deze soort in Nederland en Vlaanderen te herintroduceren, maar deze pelikaan kan duidelijk niet op de ambtelijke besluitvorming wachten en heeft zichzelf alvast in het wild uitgezet. Een buurtbewoner wist mij te vertellen dat men hem niet te pakken kreeg, ondanks verschillende pogingen van professionele pelikaanfluisteraars uit de dierentuin, zowel overdag als ‘s nachts. Meneer of mevrouw Peli van der Krul geniet met volle teugen van de verworven vrijheid en heeft duidelijk geen zin om terug te keren naar het dierendetentiecentrum.

Begrijpelijk, ik zou daar ook niet aan meewerken, toedeloe, de hartelijke zwemgroeten. Het zou zomaar kunnen wennen om ze tegen te komen, pelikanen zijn blijkbaar de nieuwe meerkoeten en het is werkelijk fantastisch om tijdens het zwemmen zo een gigant met een spanwijdte van wel drie meter te zien én te horen overvliegen.

Troebele Amsterdamse oersoep

Onderwater gebeurt er overigens ook van alles. In de donkere stadswateren moet je het meestal van je verbeeldingskracht hebben, al weet je dat in deze troebele oersoep van alles leeft tussen de fietswrakken, maar soms is het grachten- of Amstelwater helder genoeg om vissen te herkennen. Er zijn binnen de Amsterdamse stadsgrenzen bovendien verschillende meren waar van alles te zien is, zelfs die schattekes van een miniatuur zoetwaterkwallen, mits de temperatuuromstandigheden naar wens zijn.

Annabel Medard openwaterzwemmen Amsterdam pelikaan

Karpers, snoeken en brasems komen met regelmaat voorbij, hier en daar een kreeftje of een zoetwatermossel; een enkele keer stond ik zelfs oog in oog met Igor, de verschrikkelijke meerval uit de Gaasperplas die op dat moment blijkbaar de diepte had ingeruild voor een excursie naar vlak onder de wateroppervlakte en mij de stuipen op het lijf joeg met zijn omvang en zijn prehistorisch uitziende, intens lelijke kop. Het was een wederzijds schrikken, blijkbaar was Igor ook niet te spreken over deze ontmoeting en mijn enge bebadmutste en bezwembrilde smoel.

Ik zwem graag op verschillende plekken en doe dat voor de afwisseling weleens in een rustige gracht achter Artis; een veelbelovende locatie wat betreft vreemde dieren, maar vooralsnog ben ik er geen ontsnapte krokodillen, komodovaranen of andere gekkigheid tegengekomen, alleen een enkele rioolrat, wat overigens best onaangenaam is. Wat de krokodillen betreft moet men genoegen nemen met de opblaasbare varianten die je in de zomer samen met de vele regenboog eenhoorns en roze flamingo’s bij de drukbezochte steigers treft.

Maar veruit de aller-allervreemdste levensvormen die je als zwemmer in het wild tegen kunt komen zijn de van top tot teen in zwart neopreen gehulde waterwezens, die bovendien volgehangen zijn met kekke blingbling als duikflessen, maskers, vinnen en andere ornamenten en die uit de diepte grote luchtbellen blazen. Tijdens het zwemmen naar een sluipende duiker loeren die naar een vis ligt te loeren is natuurlijk de ultieme ervaring wat betreft stedelijke safari’s!

Share the Post: